uit een vloed van zinnen
in grachten bezijden die weg
dit stil kerkhof waar ik soms kom
dat in de armen slaapt van geboomte
en waar gebeente teert in zure grond?
daar of elders was het vruchtbaar lopen
in die dreven ontmoet men zich niet meer.
dat dorstig wandelen is al voorgoed geplukt.
in honderdduizend huizen is een zondagse dood gedaald:
van hun daken wordt niets meer geschreeuwd, antennes zoemen er gekende zinnen langs kabels in ether gemeerd.
ook al ken ik dat sterven nog niet,
het weet mij al zijn, lijfde mij in en is schaduw languit in leven gelegd.
Jotie T'Hooft
Geen opmerkingen:
Een reactie posten