daar ik een vermorzeld mens ben, liefste
leg ik me behoedzaam neder
en tracht in het gebied dat ik verken
geen sporen na te laten
--
mijn razernij lijkt afgelopen,
ik zwijg, ik leer begrijpen:
terwijl de zomer in ons loeit
hoor ik de herfst zijn sikkel slijpen:
--
mijn lichaam laaft jou even,
verdrijft je uit je enge cel
naar een terrein van louter beven
dat ook mij verovert in mijn vel,
--
intussen gaan maaiers op het veld te keer
en in de schuren houten vlegels:
op, en neer
want niets ontkomt de regels
Jotie T'hooft
zondag 22 april 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten